Montréal it’s raining again

Roomnumber | 658 Le Méridien Versailles
Weather | raindrops keep falling on my head
Clothes | jeans, sneakers, tshirt, sweater (all blue)

Het oratorium van de heilige Jozef stond op het programma. Dat is een rooms katholieke basiliek op de Mont Royal. (Mont Royal – Montreal). Begonnen als klein kerkje waar wonderbaarlijke genezingen plaatsvonden. En dus is het een bedevaartplaats geworden.
Inmiddels is het kerkje omhuld door een grote betonnen basiliek. Betonnen gotiek zagen wij.

De ombouwing is ingericht met roltrappen en liften zodat je de crypte tot en met de koepel kunt bezoeken. Die roltrappen zijn hard nodig want de bedevaartgangers hebben over het algemeen loopproblemen. De klim hiernaar toe is dan best een opgaaf. Er is aan gedacht door gratis bussen in te zetten voor deze bezoekers.
De woonwijk waar je, onderweg naar boven, doorheen loopt is een aaneensluiting van kastelen. Er wordt veel verbouwd aan deze properties. Elektriciteitsmannen, aannemers. Alles is vertegenwoordigd met het benodigd materieel. Wij vonden de weg ernaartoe ook zeker pittig. Mont Royal, het woord zegt het al. Berg. Omhooglopen. Het zal de lezer niet ontgaan zijn dat ik daar een afschuwelijke hekel aan heb.

De bedevaart is goed commercieel opgezet. Grote ruimtes met stoelen, een kantine, veel wc’s. Alles rolstoelproef. De crypte heeft nog de meeste goddelijke en oorspronkelijke sfeer. Het is sereen en een soort gezellig.
In de crypte kun je kennismaken met de wandelstokken! Deze stokken zijn achtergelaten door de mensen die deze op de heenweg nog nodig hadden en terug niet meer!
De wandelstokken rusten nu uit van de bezwete oksels waar zij vroeger onder zaten en hangen gesorteerd aan grote rekken.
Ze zijn wel allemaal hetzelfde. Van het soort zoals je dat vroeger zag. Hout met zo’n driehoek bovenaan waar je de oksels op kunt plaatsen, zodat je je kunt afzetten om de niet-willende benen te verzetten.
Godzijdank was dat voor een groot aantal mensen na het bezoek aan de basiliek niet meer nodig.

Zoals altijd koop ik een bedevaartsplaatje. Een afbeelding van een heilige met een ingeseald herdenkingsmuntje. Ik reken af en zie een Amerikaan. Fors en leunend op zo’n stok die ik net een verdieping lager heb zien hangen. Die stokken zijn dus nog steeds in gebruik!
Ik hoop dat deze man nog naar beneden moet en kans heeft op genezing.
Een bezoek aan de crypte van de begraven broeder is hiervoor noodzakelijk. Ik wacht dat verder niet af, ben er al geweest. Ik loop meer dan prima en Rolf is van zijn pijn aan het stuitje af.

We gaan terug naar de stad met de metro. Altijd leuk openbaar vervoer in andere steden. Ik ben, met schoongewassen en droog geföhnd haar, vertrokken vanmorgen. Wij hebben petten meegenomen en die zetten we op. Het regent weer behoorlijk.
Er staan wat bezienswaardige pleinen op het lijstje maar dat is in de regen helemaal niet leuk. Rolf neemt een ijs om het humeur op peil te houden en ik kijk in een schoenenwinkel. Dat helpt mij om mijn humeur op peil te houden. Er moet onder deze stad ongeveer 33 km aan winkels, restaurants en metrostations te bereiken zijn. Misschien een goed idee met slecht weer. We drogen op met een koffie en zoeken op internet naar alternatieven. De twee bekendste winkelstraten van Montreal moet je gezien hebben. Het zijn hier de straten Sherbrookstreet en St Catherinestreet. De looprichting is hiermee bepaald.
Kort samenvattend: breed, druk, mooi en veel. Wel leuk dat er tussen al het moderns ook twee oudere kerken staan. Het geeft een afwisselend beeld waardoor je naar de bebouwing blijft kijken. Tijd voor een drankje bij de ‘Drie Brouwers‘. Die kennen we uit Toronto en daar drink ik graag een Monaco. Ons gesprek gaat over het weer en de intensiteit van de buien.
Het is wat vroeg om te eten maar de regen wordt er niet beter op.
Wat doe je dan?
Terug naar het hotel is geen optie. Dan moet je er daarna weer uit.
Later op de avond de maag vullen met chocolade en chips ook geen optie.
We gaan naar Eaton market. Een winkelcentrum met een restaurant etage.

We overwegen allerlei exotisch voer maar komen toch weer uit op een hamburger, die overigens uitstekend smaakt.
De dag eindigt voor Rolf gestrekt op bed. Dat mag best met meer dan 18.000 stappen op de teller.
Ik zal er morgen wel stijf van zijn. Voor nu gaat het best.

Nou Montreal, we hebben iets van je gezien onder onze petten vandaan.
Volgende keer met zon, afgesproken?

Montréal bij regen

Roomnumber | 658 Le Méridien Versailles
Weather | 11-15 C, rain rain rain
Clothes | jeans, sneakers, shirt

Het was een dag van vroeg opstaan om op tijd aan te komen op de laatste bestemming van onze trip, Montreal. Een uur of 5 rijden over ruim 400 km. Op een zondag. Het was rustig op de weg. Koffie mee en langs de weg een broodje kopen. ‘Tim Hortens’ was aan de beurt. We reden de zon uit en de bewolking in. Niks aan. De wereld ziet er zonder de zon zo veel minder vrolijk uit.

We hebben nogal wat te doen vandaag. Inchecken bij het hotel en bagage droppen, auto parkeren in de buurt van fietsafspraak, fietsen, auto inleveren en daarna zelf weer zien terug te komen van het vliegveld naar het hotel. Dat wordt openbaar vervoer. Het tussentijds parkeren van de auto had nog de meeste voeten in de aarde. In een achteraf straatje hebben we in een openbare parkeergarage een plekje gereserveerd. De garage is niet bemand en we moeten de deur opendoen met een app. Om te zien welke deur er ergens in de straat opengaat om te parkeren stap ik uit. Vooralsnog opent zich nergens iets. Als er wat meer door ramen getuurd wordt kan het eigenlijk maar op 1 plek zijn. Na wat onderzoek in de app moet er meer dan 1 keer ergens op gedrukt worden en uiteindelijk rijden we naar binnen. De regen heeft er inmiddels vaart in gezet. Grotere druppels en sneller vallen.

We gaan aan ons volgende onderdeel beginnen en lopen naar de afgesproken plek voor de fietsen. 20 minuten verder en drijfnat komen we aan. De fietsenman zelf is lekker droog en heeft ons geprobeerd te bellen om de tour te cancellen. Deze natte honden krijgen als troost een bon voor een drankje in de pizzeria op de hoek. Daar gaan we gelijk naar toe. Wat een galbakken weer vandaag. Op de vraag ‘how are you’ antwoord ik ‘wet’. Niet de bedoeling waarschijnlijk maar wel waar. Ze lacht achter de bar vandaan en schenkt een biertje in. Het ziet er hier goed uit. Simpel gedekte tafels, een open keuken met in de weer zijnde koks. Het lonkt naar eten bestellen. Zullen we dat doen? Het plan moet toch veranderd worden. En zo gaat het. Ik zoek ondertussen op mijn telefoon een wolwinkel in Montreal. Dat kunnen we dan nog even met de auto doen. Het is een klus om er te komen, veel opgebroken wegen en daarmee samenhangende wegomleggingen.

Parkeren bij de wolwinkel is ook niet makkelijk en ik stap uit om naar de wolwinkel te gaan. Bij binnenkomst zit er een mevrouw op een bank te breien. Ze kijkt me onderzoekend en een beetje medelijdend aan. Ik ben toch wel heel erg nat zegt ze, ‘a shower without soap’. Dat vindt ze d’r van. Ze heeft gelijk, bijna niets meer droog aan mij. Ik zoek 2 strengen wol uit, voor nog meer sokken. Rolf druipt de winkel binnen en vertelt waar hij geparkeerd staat. Daar waar het niet mag en dus gaat hij weer in auto zitten.

Het volgende actiepunt op het lijstje wordt afgewerkt. We gaan de auto inleveren op het vliegveld. Volg de borden rentals en klaar is kees. Terug naar het hotel met bus 747 naar city center en nog steeds regent het stront van de daken. Vanaf de halte is het nog een km lopen naar het hotel. We kopen nog iets te eten en we worden weer lekker nat. Nog nooit gestopt die regen. Het lijkt morgen nog zo’n dag te worden…. Zelfs de paspoorten zijn zeiknat.

Rivière du Loup, lightkeeper for one night en Rivière du Loup encore

15 september
Roomnumber | 117 Auberge de la Pointe
Weather | 14-16°C, super windy
Clothes | jeans, tshirt, sweater, sneakers
16 september
Roomnumber | none, Brandy Pot Island Lighthouse (Pot-à-l’Eau-de-Vie)
Weather | on the island windy, fresh, sunny
Clothes | jeans, tshirt, sweater, boots
17 september
Roomnumber | 244 Hotel Levesque
Weather | 16°C sunny
Clothes | jeans, tshirt, sweater, boots

We varen met 6 mensen en 2 bemanningsleden naar het eiland van de vuurtoren en zijn ‘lightkeeper for one night‘. Met 2 andere echtparen, allen Canadees en uit Montreal, logeren wij in de vuurtoren. Voordat we daar zijn melden wij ons rond half 9 op de kade. We moeten opgeven wat we willen eten vanavond. Het is een all inclusief evenement want op het eiland staat alleen de vuurtoren en verder niks. Ooit broodnodig deze vuurtoren in de St. Lawrence river. De rivier heeft een gevaarlijke stroming die veroorzaakt wordt door niet alleen eb en vloed maar ook door een versmalling in de rivier die er voor zorgt dat het water nog harder gaat stromen. Het ligt hier vol met wrakken. Voordat we aanmeren volgt een excursie om de eilanden heen. Het zijn er drie. Op één van de andere eilanden is ook te logeren. Het andere eiland wordt bevolkt door hazen. We horen, tijdens het rondvaren, het e.e.a. over de vogels die er broeden. Nu trouwens niet, ze zijn uitgebroed en uitgevlogen naar warmere gebieden. En we worden geïnformeerd over de dieren in het water, de beluga’s, de dolfijnen, zeehonden en andere walvissen.

Als wij uitstappen stappen de vorige logees weer in voor de terugtocht. De kapitein neemt het vuil en lege etensdozen mee en levert de volgende fourage weer af. Wij worden ontvangen door een host en krijgen allen een kamer toegewezen. Wij hebben geluk. Er blijkt één kamer te zijn die stinkt naar beluga olie. Dat heeft de lightkeeper 100 jaar geleden laten vallen tijdens het bijvullen van de lamp. De olie is in het hout getrokken en verdwijnt maar niet. De host neemt ons mee in het verhaal van de vuurtoren. Wie was de eerste lightkeeper en waarom, wat moet die man allemaal doen, hoe lang zit hij daar per jaar. Wat eet hij en hoe woont hij. En hij laat ons de grafsteen zien van Joman. Een jonge britse militair (22 jaar!) omgekomen tijdens het gesteggel tussen de Amerikanen en de Engelsen hiero. Dat was hier nogal eens aan de hand. Ik heb Joman op ieder rondje dat ik langs kwam begroet. Er is op het eiland namelijk een trail te lopen. Nou klinkt dat heel wat maar is niks. Je bent er in een half uurtje omheen gelopen. Het pad gaat als een loopgraaf door het bossige deel en over rotsen als je meer langs de kust bent. Hier en daar mooie uitzichtpunten waarop je hoopt iets uit het water te zien omhoog komen. Dat is af en toe gelukt. Wij hebben het eiland op deze manier vier keer rondgepookt.

Er wordt een lunch verzorgd met vers gebakken brood. Een papieren zak met 2 boterhammen, fruit, drinken en een muffin. Hierop kan je zeker weer drie trails op lopen. We schooieren wat op het strand, zien dat het eb is, lopen over rotsjes, zien veel vogelskeletten en horen dat er ook 3 vossen op het eiland wonen. Ze zijn absoluut niet mensenschuw en naderen je op een meter afstand. Ze steken met eb iedere dag over naar het eiland vertelde de host.
‘S avonds eten we met elkaar. Een mooi gedekte tafel en een viergangen menu wordt uitgeserveerd. De conversatie is tweetalig maar het Frans is voor ons niet goed te verstaan. Ze spreken de woorden verschrikkelijk uit. Niet ‘demain’maar ‘demeen’. Voordat je aan deze tongval gewend bent is de strekking van het verhaal weg. Wij schakelen naar het Engels zodra dat kan.

We staan boven in de vuurtoren. Daar zijn we via een lange trap gekomen. Opletten dat je je kop niet stoot en hup daar sta je op de plek waar vroeger de lamp stond te branden. Die lamp is niet meer. Er is beneden wel een ander exemplaar neergezet. Het verhaal achter dit bezoek is dat toen het eiland met de vuurtoren niet meer werd bemand en verlaten werd, volledig vervallen en leeggeroofd is. Een groepje zag iets in het in ere herstellen van het geheel en de exploitatie daarvan. Er was nog een zoon van de laatste lightkeeper in leven die veel kon vertellen over de historie. Met behulp van foto’s van deze man zijn de restanten die er nog stonden weer gemaakt tot wat het eens was.

Zaterdagochtend weer naar het vaste land. We moeten om half 9 onze kamer uit want er moet kwartier gemaakt worden voor volgende bezoekers. Die arriveren met de boot waar wij op terug gaan met onze eigen zakken vuil en lege etensdozen. Het is een bijzondere plek. Ongelofelijk leuk om geweest te zijn. Gaat dat doen als je deze kant ooit zou willen bezoeken. De moeite waard.

Vandaag, de 17de, zijn we weer terug in Rivière du Loupe. Er is hier een waterval in het park, een groot park waar we de benen gaan strekken. De waterval heeft een energiecentrale en behalve mooi kletteren er dus een taak bij gekregen. Het park is dicht bebost en heeft leuke loopjes langs de rivier. We zetten vandaag weer eens aardig wat stappen en dat is lekker in de zon. Het is zulk mooi herfstweer hier. De bomen hebben gedeeltelijk een herfstjas aangedaan. Er is nog een cache! Vlakbij. Die nemen we nog even mee. We hebben niet gedoucht vandaag en Rolf is toe aan een verfrissing. Ik hou wel van vervuilen. Drie dagen dezelfde kleren aan. Heerlijk is de douche daarna. Ik stel het uit tot morgenochtend. We eten vandaag geen 4 gangen. Hand op de knip. Nou ja, goedkoop kan het hier nooit. We proberen een nieuwe keten. Lexi Dee. Een kippengedoe. Ook niet te verstaan deze mevrouw achter de kassa. Ze vraagt of we majoneese willen. Duurt ook even voordat we dat door hebben. Lexi Dee is niet de moeite waard. Gaat dat niet doen als de deze kant ooit zou willen bezoeken.

We logeren vannacht in Rivière du Loupe en gaan morgen naar de laatste stad van deze reis.
Montreal.
Na aankomst doen we gelijk een fietstocht van 3 uur.
Rolf heeft vandaag (al) pijn in zijn stuitje en ik fiets nooit.
Alles voor de liefde zullen we maar zeggen.

Reisdagen, Matane, Percé en Bonaventure

12 september
Roomnumber | 250 Hotel Bel Plage, Matane
Weather | 22°C , sunny
Clothes |shorts, shirt, boots
13 september
Roomnumber | 44 Hotel Mirage, Percé
Weather | 14 – 26 °C
Clothes | jeans, shorts, tshirt, boots
14 september
Roomnumber | 206 Hotel Riôtel
Weather | 19°C windy, cloudy, sunny
Clothes | jeans, shirt, boots

Gisteren, 12 september, een halfuurs ritje met de auto om daarna met de auto 1,5 uur op de ferry naar Trois Pistoles door te brengen. Ik brei de tijd om aan de sok. Lekker man! Autorit na de ferry onderbroken door een korte trail naar een waterval met een ontmoetingspunt voor ontheemde mensen. Er staat een beeldje bij van een vrouw in kleermakerszit op een houten paal. Vlakbij is een super oude grot. Je ziet de verschillende aardlagen en het is voor geologen en misschien ook archeologen smullen hier.

Vandaag, op 13 september, een reisdag van ongeveer 400 km langs de kust en door de bergen. We zien de wolken geboren worden en rijden er doorheen.

Op dit soort dagen maken onze ogen van alles mee, zien landschappen, mooie uitzichten, meertjes en heel veel bomen. Die uitzichten waren er niet heel veel. Het was een zeedampige dag. We doen morgen een boottochtje langs Roche Pierce naar een rotsachtig eilandje dat we vanuit het hotel zien liggen. De rots lijkt op een dier die met zijn poten in het water staat en de kop iets naar beneden heeft. Het zou een hond kunnen zijn met net het kontje iets omhoog. Onderweg ook nog een cache gevonden. Ja, er hing een magnetisch doosje aan een brugleuning bij een oud haventje in een stuk niemandsland.
Ook nog een leuk strandje tegengekomen. Een schelpenstrand met kiezelstenen. Er zitten twee echtparen van de branding te genieten. Zo’n plekje waarvan je denkt daar wil ik ook wel even zitten, een middag of een weekend. Zomaar met je benen in het water en speuren naar mooie stenen of gewoon wouwsen over het water en je gedachten laten gaan zoals de golven in de branding dat doen. Vandaag ook de huizen met andere ogen bekeken. Ze zijn betaalbaar, vrijstaand en lonken met hun overdekte waranda’s en de schommelstoelen. Vrolijke huizen, fel gekleurd rood of roze en lichtblauw. Het dak gaat mee in dezelfde kleur. Ik denk dat ik daar kan leven. Maar …. dat weet je pas als je het ook echt gaat doen.

Bij alle hotels, boottochtjes en ferry’s worden wij verwacht. Dat ervaren we als wonderlijk. Niks gaat mis. Er is niks op te lossen, om te buigen of aan te passen. We moeten maar vertrouwen krijgen in het systeem. En terwijl wij de dag beleven vliegt Kee voor het eerst rond in de nacht van Rotterdam, night rating halen.

Het personeelstekort sijpelt ook door dit land. Veel restaurants zijn gesloten en bij alle anderen moet je reserveren. Meestal maar tot 8 uur open. Daar liepen wij gisteren ook tegenaan. Onfrans. Vandaag drinken we een biertje in een pub en vinden een lokale resto die van alles serveert op kartonnen borden. Rolf eet pizza, ik fish and chips. Worden wij gewoon heel blij van.

Woensdag 14 september aangekomen in Bonaventure. Een kustplaats waar we nu met windkracht 5 in een hotel aan zee zitten. We zijn eerder vandaag al lekker natgeregend. Onze geplande boottocht van vanochtend is zelfs gecancelled vanwege het weer. Note to self: doe geen korte broek aan als er pas één zonnestraal te zien is, draag geen zonnebril en zeg niets over geplande hotels en uitjes die gaan zo als ze moeten gaan. Eerder vertrokken dus vandaag.

We lopen wat rond deze middag in Bonaventure en vinden een leuk winkeltje bij het plaatselijke museum die de oorsprong van de bewoners laat zien. Er is houtsnijwerk, prachtig geblazen glazen bollen, pottenbakkerswerk, sieraden en 3 hele leuke dames die de boel hier runnen.
Wij gaan verder op onderzoek met de auto, we zitten weer in een bui en zijn toe aan een terras. In het gekozen etablisement bestaat de keuze uit 6 genummerde biertaps. Op een bord staat wat er achter die nummers schuil gaat. Ik kies een bier met het woord rouge erin en Rolf kiest voor blond. De smaak van beide bieren vinden wij ongeveer hetzelfde. Op het terras zit ook een ontzettend drukke veertigster die ‘nice en wauw’ combineert met Franse zinnen. Het lijkt mij ADHD. Tussendoor brengt ze ons op de hoogte dat ze het allemaal niet zo bedoelt. Dat denk ik tenminste wat ik versta niets van wat ze zegt.

Er is een kanoverhuur aan de rivier hier vlakbij. Rolf heeft er oren naar. Ik niet. Ik heb dan wil zin in het breiwerk met de sok. Het is even rijden. We passeren de rivier waarop het kanovaren moet gebeuren en die ziet er vrij opgedroogd uit. In het kanopark liggen zeker 200 boten in allerlei kleuren. Het is een pretpark voor waterliefhebbers. Niet wat Rolf zoekt. Terug naar het hotel dan maar, de kamer zal inmiddels wel klaar zijn. We eten hier vanavond ook. Met zeezicht. Vroeg. Ons tijdslot is 17:30 uur.

Terug op de kamer zien we een waterspoor op de vloer. Het lijkt vanaf de balkondeur de kamer in te lopen. De mevrouw van het hotel beaamt dat en ze kijkt erbij alsof de regen al jaren een spoor trekt door deze kamer. Ze geeft twee grote handdoeken en biedt aan te komen helpen dweilen. Dat lukt ons zelf nog wel. Er lijkt ook iets aan de hand met de elektriciteit. De schemerlamp gaat tijdens het dweilen uit. ‘Niet aankomen’ roept Rolf en trekt met zijn schoen de stekker uit het stopcontact. Wanneer we hierna de lamp willen verplaatsen blijft het betonvulsel van de voet met daarin de bedrading staan. Dat is eerder de oorzaak van het probleem dan het water gelukkig.

Er moet nog een laptoptas, jassen en koffiecups uit de auto komen. We treffen eindelijk een apparaat dat we herkennen van vorige hotels. Deze cups hebben wij!
We kunnen op twee manieren naar buiten. Via de reguliere gang en de hoofddeur van het hotel of via het balkon met trap naar beneden. Dat laatste is korter. Het is kloterig weer, harde wind en regen. Hollen over het balkon dan maar. Met armen vol staat Rolf weer voor de deur. Ik pak de spullen aan en Rolf kan nog maar net de openvliegende deur met opbollende gordijnen in het gareel houden. Stormy weather mensen!

Tadoussac

Roomnumber | 239 Hotel Tadoussac
Weather | 22 tot 24 °C, sunny
Clothes | shorts, t-shirt, boots

Tadoussac. Daar zijn we nu en het woord betekent boezem.
In de zin van samenvloeiing van twee rivieren. De Saint Lawrence die met ons meereist en Saguenay.

Als we ergens aankomen denken we iedere keer ‘wat doen we hier?’
Bij aankomst  in Tadoussac was ook dit weer het geval. En toch lukt het iedere keer weer om er een leuke dag van te maken. Het weer draagt daar ook heel veel aan bij. We kunnen er iedere keer op uit!

Tadoussac. Een klein stadje aan het water. Hotels, restaurantjes, souvenirwinkeltjes, een bakker, een ontbijttentje. Al het voor de hand liggende is er. Wij logeren in het oudste hotel. Het EERSTE oudste hotel, haha haha. Ooit volledig, in de zomer, bezet door veel vakantie vierende rijke Amerikanen. Ieder jaar weer. De rijkste families hebben geld verzameld om een kerk te bouwen. Na een jaar stond de kerk en was het mogelijk om ook in de zomer op zondag dank uit te spreken aan de Heer. Het kerkje dateert van eind 1800. Maar de eerste bouwers waren ze niet. Dat was de handelspost. Die staat hier nu nagebouwd en is voor 6 dollar per persoon te bekijken.

De boel is hier verder bekend door de walvissen (beluga’s, orka’s, zeehonden enz.). Het is hier voor deze dieren een luxe bistro, een eetwalhalla kan je het wel noemen. De grootste hoeveelheid voedselvariatie is hier.

Gisteren kwamen we aan in nogal mistig weer. De laaghangende bewolking begon al op de ferry. We hadden niet veel hoop op het zien van de zwemmende zoogdieren.Maar vanochtend was het stralend zonnig weer. De mist trok op en het werd warmer. Wij zijn op stap gegaan via een leuk pad naar de uitkijkpost voor de walvissen. Op een bankje werden wij begroet door een kever die handenklapgeluid maakte. Voor het geval het anders is moet de kever zelf maar uitleggen hoe dat harde geluid uit zo’n klein lijfje kan komen. Hij hield vol, al vliegend handenklappend.

De eerste zeehond is al snel gespot, vlak bij de kustlijn zwemt-ie en vervolgens zien we omhoogstekende rugvinnen uit het water. Ja hoor, ze zijn er echt. De walvissen. We klimmen wat verder en we zien er steeds meer. De bootjes met walviszoekende mensen varen ook uit. Iedereen gekleed in een oranje broek en jas. Waterbeschermend en bloedheet waarschijnlijk.

We nemen een pauze en ik benut die door verder aan de sok te breien. We installeren ons op het balkon van het hotel met een koud biertje. ’s Middags lopen we een trail naar een mooi uitkijkpunt. Ik denk dat ik tot nu toe al zeker 50 trappen omhoog heb gelopen en ik houd helemaal niet van omhooglopen en dat is nog zwak uitgedrukt. Ik haat het eigenlijk tot in diepst van mijn ziel. Maar als je iets wilt zien, als je ergens wilt komen. Dan moet je wel. Dus iedere keer ga ik er toch weer voor. Rolf loopt makkelijk omhoog en denkt mij nog steeds wijs te kunnen maken dat dit de laatste trap is en de laatste bocht omhoog. Ik wil het zelf ook graag geloven. Uitzicht beloont altijd. Ook nu weer. De walvissen hebben waarschijnlijk siësta want we zien er geen één. Een mooie nazomerdag in Tadoussac vandaag.

De restaurants hier zijn of wezenloos duur, grote borden, kleine hoeveelheden of snackbar voer. Het hotel heeft een super grote eetzaal en goede restaurant reputatie. Geen zin om een godsvermogen aan eten uit te geven. Wij kiezen voor een tent langs te snelweg met mensen die heel veel plezier in het werk hebben dat ze doen. De porties zijn weer achterlijk groot. We eten een poutine, Rolf kiest voor de variatie met Bolognese saus. We delen een smakelijk stuk chocolade taart.

We verschillen wel heel erg van mening over de souvenirwinkels.
Niet over de inhoud van de winkels. Dat is allemaal shit maar over de aanloop in de winkels.
Ik zie verstoffende planken met spullen die niet bewegen. T-shirten die netje opgestapeld blijven. Rolf ziet busladingen de winkels leegkopen. We zien dat niet gebeuren maar dat komt omdat er net geen bus is, zegt Rolf.

Ook is er sprake van een ander misverstand aan mijn kant.
Ik denk dat alle winkels aan het leegverkopen zijn. Er staat een bord met ‘liquidation’ voor de deur. Ook dat blijk ik niet goed te begrijpen. Dat is een reclamestunt, een lokker, zodat je nog net de laatste kan kopen van dat wat een ander ook zo graag wil hebben……

Quebec

Roomnumber | 417 Hotel Laurier
Weather | 25 °C, warm, sunny
Clothes | shorts, shirt, boots

Here we are, we zijn vroeg in de middag aangekomen.
Het is chaotisch in de stad en voordat we bij het hotel zijn de nodige detours gezien. Er is namelijk een wielerwedstrijd morgen. Cameraploegen van TV5, VIP-tenten en veel politie. We zullen het allemaal meemaken.
Tassen naar de kamer en gaan.
Naar buiten, Quebec zien en beleven.  En dan de vraag hoe Frans is het hier?

We gaan naar downunder Quebec. Daar kom je met een cabinelift voor 8 dollar. Met een hellingshoek van een waterval zoef je naar beneden om uit te stappen in een pittoresk winkelstraatje.
Ik heb gegoogeld op ‘knittingstores Quebec’. Zo’n winkel moet hier ook zijn. Het huisnummer is gegeven en we staan al snel in een herenmodekledingwinkel. Dat is niet de bedoeling, voor Rolf al helemaal niet. De wolwinkel blijkt er onder te zitten.

Ik zie veel gebreide sokken, mutsen, shawls en nog meer sokken. Gelukkig ook een paar strengen wol. Eén kleur. Kleur schaap. Daar neem ik er twee van, voor iedere voet een sok. Ik ben blij met strengen van de vacht van deze Canadees.
Verder veel souvenirwinkels, buitensportwinkels, ijsjes en terrasjes. Het is de kant waar je ook op de ferry kunt stappen om het mooiste zicht op de stad te hebben. Dat doen we niet.

Wij willen iets drinken. Er staat een man achter het reclamebord van het terras waar wij iets willen bestellen. ‘Order inside please, I will keep your table’.
De eigenaar achter de tap vindt dat Rolf goed Frans spreekt en dat bericht is direct doorgegeven aan de tablekeeper. Hij spreekt ons toe in het Nederlands waarop ik vraag hoeveel talen hij wel niet spreekt. Ik heb inmiddels Frans, Engels en Nederlands van hem gehoord. Voordat hij antwoord gaat geven ziet hij een Chinese familie. Hij spreekt ze aan in het Chinees, zingt een Chinees liedje samen met de Chinezen en geeft antwoord op alle dingen die de Chinezen zeggen of vragen. Of het allemaal klopt weet ik niet.
Dan weer over op zijn keurig klinkende ‘rechtop Nederlands’. Hij zegt dat hij Nederlands spreekt omdat hij een Duitse moeder heeft en Frans door zijn vader. Het is een bijzondere man. Een hele relaxte 70er op All Stars gympen in korte broek met een bruine blije kop.

De wolwinkel is niet helemaal wat ik zocht. Maar er is er nóg één op ruim een half uur lopen. Ik verkoop het aan Rolf door te zeggen ‘zien we gelijk een ander deel van de stad’. De winkel sluit om 6 uur en dat betekent dat er dan wel doorgelopen moet worden. Om kwart voor zes stappen we binnen. Een knap mens die mij er nu nog uit krijgt.
De sokkenwol is snel gevonden, er is heel veel keus en van Canadese makelij. Met spullen voor ruim 100 dollar ga ik de winkel weer uit. Dat is hier sowieso vrij eenvoudig. Met een blijwolgezicht ga ik de winkel uit.

We gaan iets te eten zoeken. De buurt en mensen zijn hier totaal anders. Er zijn veel cannabis luchten om ons heen. Dat is hier legaal. Een man met een soort van piraten kleding loopt voorbij. Een wapperende  jas en om iedere pols een boerenzakdoek, driekwart broek, haar aan 1 kant weggeschoren en een pet dwars op het hoofd. Alles is zwart. Hij loopt hard, voor het effect van het wapperen waarschijnlijk.
We eten ‘mac and cheese’ in een hardrockcafé waar we misschien (iets) te oud voor zijn. We nemen een bier en delen een cheesecake. Op naar ons huis voor deze nacht. Schoenen en lenzen uit.

De volgende ochtend lummelen we wat aan en gaan op ons gemak op een ontbijtje uit. De wielrenners zijn inmiddels gestart. Om 3 uur vanmiddag hebben we met een, ons onbekend, groepje een stadtoer waarbij we in 3 verschillende restaurants iets eten. De gids is gekleed zoals dat rond  begin 1600 gebruikelijk was. Wij treffen een passievolle vrouw van rond de 60. Ze vertelt de verhalen met verve en wij smullen van de teksten. We eten vis, shepard pie, peesoep, een ijsje en de lokale lekkernij maple syrup toffee. Deze laatste eet je door de syrup van een ijstableau met een ijsstokje op te rollen. Het geheel wordt niet hard en eindigt eerder op je hand of je servet dan in je mond. De peesoep is gemaakt van zoete gele erwten en hoewel er wat bacon in zit missen wij toch de Hema worsten en het klapstuk. Winst van deze eatery is dat Rolf goede vis absoluut niet versmaad. Het is een enorm leuke middag en we zien details van de stad die we zelf niet opgemerkt zouden hebben.

Nu nog antwoord op de vraag hoe Frans is het hier.
Nou behoorlijk, als is het hier wel tweetalig. Dat hebben wij hiervoor in de provincie Quebec niet meegemaakt. Buiten de stad kan je niet met Engels terecht maar hier wordt er aan je gevraagd hoe je aangesproken wilt worden. De bebouwing heeft af en toe absoluut een Frans tintje.
Maar ook hier kent de opschepperij van de Canadezen geen grenzen.
Zo is er het huis van de schrijver van de EERSTE Franse novelle, de EERSTE Schotse kerk buiten Europa, de EERSTEvrouwelijke leerkracht (Marie) en zo ook de EERSTE kerk zonder klokkentoren. Wij geven ons gewonnen. Hier kan geen hond meer tegen op!

Eco Resort of te wel het Dr. Vogelparadijs

Roomnumer | 410
Weather | 24°C, warm, sunny
Clothes | shorts, shirt, boots

Na een lange rit over de snelweg zijn we eind van de middag aangekomen in Saint Paulin. Frans is nu de voertaal. Alles is frans achtig om ons heen geworden. Na het inchecken gaan we op zoek naar een biertje. Dat is nog niet eenvoudig. Eco café François is dicht, we moeten naar de salle à manger. Die zal rond 5 uur open zijn. Alles ligt hier nogal ver van elkaar dus met de stappen gaat het vandaag ook nog in orde komen. Tijdens ons loopje zien we in de Spa mensen in witte badjassen zen worden of zen zijn. Niemand zit aan apparaten. Men drinkt sapjes, gekookt water en leest een boek. In het park staan Dr. Vogel bloemen. Op mij heeft het niet zo’n kalmerende werking dit Dr. Vogelparadijs. De mensen hier lopen in jogabroeken met handdoeken om de nek, bidons met water aan rugzakken, schriften waarin geschreven wordt. De leeftijd is die van ons en toch voel ik geen verwantschap.

De salle à manger is ook Eco proof maar niet heus. De omlijstingen van de bar, deuren en ramen zijn van boomschors. Maar dan wel plastic boomschors. De bar is dan wel weer van duurzaam aluminium. Oh ja, en de wijn op de kaart wordt ingevoerd vanuit Nieuw Zeeland. Het is niet allemaal Eco wat de klok hier slaat.
Aan de bar bestellen we bij een hoestende mevrouw een biertje. Een pression is er niet, dan maar een blikje bier voor de prijs van 9 dollar. Godallemachtig, dat kan toch bijna niet! Na één drankje houden wij het voor gezien. Wij gaan eens in het dorp kijken wat daar te eten is en komen terug met een boodschappentas uit de supermarkt. We eten op onze kamer die gezellig is, 2 stoelen en een tafeltje heeft. Wij zijn tevreden!

De volgende ochtend vroeg wakker, ik ga koffiezetten. Alle verblijven die we tot nu toe hebben bezocht hebben een koffieapparaat op de kamer. Alle verschillende koffiezetapparaatmerken hebben we inmiddels gezien. Ze werken allemaal anders en zijn vrij onvoorspelbaar. Deze ochtend heb ik een kop koffie die overstroomt en één die voor een kwart gevuld is en stikt van het koffiedik.

Wat gaan we doen vandaag?
Ontbijten in het Eco café van François en kanoën wil Rolf. Ik heb besloten dat niet te doen en ben erg blij met mijn besluit. Ik ga breien aan de sok tot Rolf terugkomt. Dat loopt echter heel anders. ‘Of ik toch niet mee wil, als je in de boot zit vind je het heel leuk’. Door deze teksten van de husband ga ik toch mee. We krijgen ieder een zwemvest en een peddel mee. De bordjes volgen – dan kom je vanzelf bij de kano’s terecht. De bewegwijzering is niet altijd even duidelijk hier maar er vertrekt nog een duo met peddels en zwemvesten. Op een idyllisch plekje liggen boten. Een- en tweepersoons kano’s en kajakken. We tillen een groene kano naar de waterkant, trekken de zwemvesten aan, rugzak in de boot en we stappen in.

Nou ja, ik stap in en Rolf houdt de boot vast.
Waar of ik wil zitten? Nou niet op de plek waar ik het meest moet sturen en peddelen. Dan moet ik voorin zegt Rolf. Top, ga ik doen. Stap 1 in boot – wiebel, wiebel. Ik vraag me af wat dat moet worden. Als je zit wiebelt het al en dan beweeg je nog niet eens met een peddel. Ik zit met opgetrokken knieën voorin. Een soort van foetushouding. Het zal wel wennen zijn. Rolf stapt achter in de boot. We wiebelen weg. Ik kan zo echt niets doen. Als ik iets beweeg lig ik eruit. Rolf vindt dat dat meevalt en gewoon door moet gaan. Na 3 slagen hoor ik mezelf roepen ‘als het zo gaat dan wil ik er nu uit!’ Tegelijkertijd besluit ik dat je niet hoeft te luisteren naar waar je moet zitten. Ik schuif over de bodem van de boot een plaats naar achteren en zit nu in het midden van de boot. Dat is aanzienlijk beter. We maken een mooi tochtje in de stilte van de natuur. Er is niemand. Het water is heel rustig, de oevers spiegelen in het water. Het enige dat je hoort is de peddel die het water in gaat. Supermooi! Rolf maakt foto’s, ik doe dat maar niet. Maar omdat het skiff clubje van Rolf ook moet zien dat hij ook hier in een boot zit maak ik een soort van selfie met Rolf erop. We peddelen terug en komen maar 2 andere bootjes tegen meer niet. We hijsen de boel op de kant en pellen ons uit. Dan zien we het verschil in boten en de indeling van de zitplaatsen. Wij hebben achterstevoren gevaren. Je hoeft helemaal niet als een foetus voorin te zitten! De plek waar ik zat is de achterste plek en als je je omdraait is er wel ruimte voor je benen. Dan kan je je benen strekken en je evenwicht beter bewaren! Tip voor eenieder die dat ook gaat doen.

‘s Middag lopen we een trail. Ze zijn er in 3 gradaties. Wij doen type eenvoudig van 6 km. Het is warm vandaag en zijn blij met type ‘eenvoudig’. Zo eenvoudig vinden wij de paden trouwens niet. Stijl, smal, boomstronken, stenen. Onderweg proberen we nog Geo caches te vinden maar daar is niets van gelukt. Ik dacht er één gevonden te hebben maar dat bleek een ratten of ander ongedierte vangapparaat te zijn.

We eten ’s avonds in een plaatsje verderop en gaan daarvoor nog even een supermarkt in. We kunnen nog buiten eten bij ‘trou du diable’. Ook hier is van tweetaligheid geen sprake. Ze verstaan geen Engels en trekken ‘hoezo? gezichten’ als je het toch probeert. Er komt in iedergeval geen reactie op.
Rolf voert het woord. Tegen de tijd dat ik een getal of woord heb verzonnen zijn zij al 3 zinnen verder. Dit is mij te ingewikkeld.

The Locks

Roomnumber 5 | Boathouse Rockport
Weather | 17 – 20°C, cloudy, coats needed
Clothes | jeans, shirt

Rockport, Boathouse. Wij zijn vandaag de enige gasten in Rockport. Alles is gesloten hier. De leuke pub opent woensdag weer, de general store is ‘sorry closed’, dining closed. De reden staat bij de ingang. Personeelstekort. Er is behoefte aan van alles, melden per mail @pub.

Wij gaan ontbijten in het aanbevolen tentje waar we al gegeten hebben. Hier is het doorlopend druk. We bestellen koffie en een sandwich toasted, egg/bacon. Ik oefen weer mijn small talk met de serveerster. Daar heb ik best lol in.
Daarna op weg naar Kingston, de vroegere hoofdstad van Canada. Er is werelderfgoed te bekijken hier. De locks (sluizen) die toegang geven van de Lawrence River naar het Rideau kanaal. Rond 1830 aangelegd door geronselde immigranten onder leiding van het Britse leger. Het project betreft 49 sluizen waarvan wij de laatste 4 sluizen zien. Deze hebben een verval van ongeveer 14 meter. Het moet hier hel zijn geweest. 14 tot 16 uur werken per dag, 6 dagen per week, veel ziektes en hele slechte leef- en werkomstandigheden. Rumoer onder de werkers werd direct de kop ingedrukt. Ik moet denken aan de Birma spoorlijn.
We zien de locks ook in gebruik. Er komt van beide kanten een boot die door de sluizen gaat. De bediening bestaat uit 6 sluiswachters. Het schutten gaat verrassend snel. Je hoeft niet meer naar de sportschool als je hier werkt.

Daarna rommelen we wat aan. Zoeken een cache die we niet vinden, rijden wat rond en eten een ijsje. Ook hier is 1 scoop ijs bijna een halve liter. Het is niet gek dat sommige mensen vierkant zijn. We halen een stuk pizza voor vanavond en nemen een koffie to go mee. Bij ons boothuis drinken we een biertje met een mooi uitzicht op het water. Het leven is goed voor ons.

Fire Alert in the Sheraton

Roomnumber 5 | Boathouse Rockport
Weather | 22°C, cloudy
Clothes | jeans, shirt

Half 8, het hotel geeft brandalarm. We staan direct naast ons bed. Rolf doet alles op de tast want die ziet niks zonder lenzen. Ik ga op de gang kijken en zie de overburen hetzelfde doen. Er loopt een echtpaar in strakke pas voorbij. Op weg naar de trap. Ze zijn allebei aangekleed en lopen arm in arm. Voordat ze bij de trap zijn spreekt de stem van de lobby door de intercom. De opdracht is dat we in onze kamers blijven en dat de oorzaak van het alarm wordt onderzocht. They will keep us updated. Het alarm gaat door.  Ik zie of ruik nergens rook. De stem van de lobby en het alarm herhalen zich nog maar eens. Wij gaan koffie zetten en inpakken.

Het hotel is overvol met families en drukke kinderen. Ik denk dat mijn eerste gang naar het zwembad is, dat zit op onze verdieping. Ik geloof er helemaal niet in dat wij van de 7de verdieping met deze chaotische mensen van de trap kunnen komen. De liften gisteren waren al niet te doen. Maar zo ver komt het niet. De lobbystem zegt dat de oorzaak is gevonden en dat we allemaal weer onze bezigheden kunnen hervatten. Dat gaan wij doen. Wij hebben 400 km te gaan met de auto. Weg uit deze drukte is helemaal niet erg. Niagara Falls we hebben je gezien en van je genoten!

Op naar Rockport. We hebben zo’n fijne wegwijzer app op de telefoon, maar niet heus. Rolf spreekt de app af en toe met de nodige scheldwoorden toe en zegt daarna sorry.  Of dat tegen de app is of tegen mij dat weet ik niet. Rond een uur of 3 zijn we op onze bestemming. Een Cornwall pub is onze check in vandaag. Deze pub nodigt uit om neer te strijken en mensen te kijken maar dat kan niet want wij zitten ook vandaag weer op een boot. Deze keer gaan we in 2 uur de 1000 eilanden bekijken in de Lawrence river. De welgestelden hebben hier huizen gebouwd. Wie woont hier bijvoorbeeld in de zomer? De heer Heinz, of hij van de ketchup is weet ik niet en ook mevrouw Helena Rubenstein (of haar erfgenamen) – zij is wel van de make-up en huidverzorging. Verder heb ik niet veel verstaan want ook hier zijn ellendig veel gezinnen met kinderen die het geluid maken van Amerikaanse politieauto’s. En dan is twee uur lang.

Ook hier is door personeelstekort het een en ander eerder dicht. De pub lukt niet meer, vanaf 4 uur gesloten. Rockport bestaat uit niet veel meer dan een general store, een pub, en een boathouse. De mevrouw van de pub die ons incheckte vond het ook niet nodig onze ID’s te bekijken. Er is geen hond die hier zomaar terecht komt, zei ze. Met andere woorden voordat je hier bent ben je door weet ik wie al niet gecontroleerd. Ze tipte ons nog wel over een ontbijt cafe dat maybe ook dinners doet.
Dat bleek een goede tip.

We eindigen de dag ieder op een bed in ons eigen boathouse.
We hebben deze keer een echte view! Foto’s volgen.

Niagara Falls

Roomnumber 738 |Sheraton
Weather | 28°C, sunny
Clothes | shorts en thin shirt

We bestellen een Uber om vandaag van het hotel de auto op te halen op het vliegveld.
De rit met de trein en metro zou nog langer worden dan heen omdat we op een andere terminal moeten zijn voor de Alamo autoverhuurder.

Nog nooit gedaan zo’n ritje met een Uber. In de Uberapp zie ik dat een man met een tulband ons komt halen om 11:00 uur. We gaan het zien.

Ontbijten bij Fran’s. Vlakbij het hotel. We hebben tijd genoeg en lopen nog een ander stuk van de stad in. Weer een totaal andere bebouwing en bewoning. Ze laten hier soms oude gevels staan en bouwen daar dan de rest omheen. Het heeft iets eigens en leuks. Ik zie ook een volgestort talud met zooi. Er ligt een bed tussen. Hier wonen en slapen ook mensen. Ik kan er niet naar kijken. Wat een verschrikkelijk bestaan.

Ik kijk maar weer eens in de Uberapp. Of er al berichten zijn dat de rit niet doorgaat of weet ik wat. Het blijkt dat we nu worden opgehaald door iemand anders. Het gaat superkeurig. Een kwartiertje ervoor zie ik dat de driver onderweg is en in een zwarte Toyota met kenteken zus en zo er ruim op tijd zal zijn. En dat is ook allemaal zo. In rap tempo naar het vliegveld en binnen een half uur in de parkeergarage bij de autoverhuurder. Papierwerk snel voor elkaar en gaan.
Het is druk en enorm fileachtig onderweg. We doen er lang over. Om half vier worden we op een boot bij de Niagara Falls verwacht. We logeren er vlakbij.
Wat een toestand is het hier. Las Vegas in het klein. Herrie, felle verlichting, kermisattracties, ijs, hamburgers, harde muziek. Alles is teveel. Een tering herrie en heel veel mensen.

Auto geparkeerd en tassen in kamer gezet. Binnen no time lopen we met rode plastic poncho’s in een rij met god weet hoeveel mensen. Aan de overkant van het water zie je hetzelfde spektakel maar dan met mensen in blauwe poncho’s. Dat zijn de bezoekers aan de Amerikaanse kant. Het is op de boot, zo dichtbij de waterval, spectaculair qua gevoel en geluid. Alsof we in een enorme regenbui zijn beland, in het kolkende water verschijnen door alle spetters en het zonlicht 2 hele mooie regenbogen.
Even verderop zijn er figuren in het geel te zien. Dit zijn Amerikanen zonder kaartje voor de boot. Zij kunnen zich onder een grote waterval staande nat laten regenen.

Verfrist stappen we van de boot het gewoel weer in. We eten een hamburger bij Ruby Tuesday, drinken een bier en zien ’s avonds de Falls in het donker nog een keer. Ze zijn nu verlicht met rood en blauw. We nemen nog een kanjer van een ijsje. Het woord klein kennen ze hier niet. Zelfs Rolf doet er lang over om het op te eten. We houden de herrie voor gezien en gaan naar het hotel. Morgen vroeg op, een eind te rijden. 400 km naar Rockport. Nog een boottocht morgen, zeker niet de laatste van deze vakantie. We logeren in een oud gebouw uit 1830. Vandaag ruim 10 km gelopen….
Wordt vervolgd.